078 303 19 20
Bellen
Spoedlevering mogelijk Maatwerk oplossingen 24/7 technisch advies 25+ jaar ervaring Eenvoudig bestellen
Terug naar overzicht

Putcorrosie in leidingen en tanks: wanneer repareren, versterken of vervangen?

Putcorrosie kan er op het eerste gezicht beperkt uitzien. Een leiding of tankwand kan over het grootste deel van het oppervlak nog in goede staat zijn, terwijl enkele kleine putten lokaal diep in het staal zijn doorgedrongen. Juist dat maakt deze vorm van corrosie lastig te beoordelen.

Een paar millimeter materiaalverlies betekent bovendien niet automatisch dat een leiding of tank moet worden vervangen. Andersom is simpelweg het opvullen van corrosieputten ook niet in iedere situatie voldoende.

De belangrijkste vraag is daarom niet alleen hoe putcorrosie kan worden gerepareerd, maar vooral: is de resterende constructie nog sterk genoeg, moet deze structureel worden versterkt of is vervanging uiteindelijk de verstandigste keuze?

Voor maintenance managers, reliability engineers en technische diensten begint een goede beslissing daarom altijd met inspectie en beoordeling van de schade.

Waarom putcorrosie anders moet worden beoordeeld dan algemene corrosie

Bij algemene corrosie neemt de wanddikte over een relatief groot oppervlak af. Putcorrosie, ook wel pittingcorrosie genoemd, concentreert zich juist op kleine gebieden. Hierdoor kunnen lokaal diepe putten ontstaan terwijl het omliggende materiaal nauwelijks is aangetast.

Dat maakt visuele beoordeling alleen onvoldoende. Een oppervlak kan er relatief goed uitzien, terwijl onder corrosieproducten, een oude coating of aanslag aanzienlijk materiaalverlies aanwezig is.

Op onze pagina over het repareren van putcorrosie gaan we uitgebreider in op het ontstaan, herkennen en praktisch opvullen van deze schade. Putcorrosie repareren met Belzona.

Wanneer de schade zich bevindt in een leiding, opslagtank of ander kritisch onderdeel is echter een volgende stap nodig: bepalen wat de pitting betekent voor de integriteit van het onderdeel.

Eerst meten, dan bepalen hoe de putcorrosie wordt hersteld

Alleen de maximale diepte van een corrosieput zegt onvoldoende over de ernst van de situatie.

Een pit van enkele millimeters in een relatief dikke tankwand kan technisch heel anders worden beoordeeld dan dezelfde pit in een dunwandige leiding die onder druk staat. Ook de locatie en verspreiding van de schade spelen mee.

Bij de beoordeling zijn onder andere de oorspronkelijke en minimaal gemeten wanddikte, diepte en afmetingen van de putten, de afstand tussen verschillende pits, de omvang van het aangetaste gebied en de locatie ten opzichte van lassen, nozzles, bochten of andere zwaar belaste zones relevant. Daarnaast moeten bedrijfsdruk, temperatuur, medium, belastingen en gewenste resterende gebruiksduur worden meegenomen.

Wanddiktemetingen, bijvoorbeeld met ultrasoon onderzoek, kunnen daarom belangrijk zijn om het werkelijke materiaalverlies in kaart te brengen. Bij uitgebreide pitting kan een thickness mapping meer informatie geven dan enkele losse meetpunten.

Voor kritische drukhoudende apparatuur kan vervolgens een formele Fitness-for-Service-beoordeling nodig zijn. API 579-1/ASME FFS-1 bevat hiervoor specifieke beoordelingsmethoden voor lokaal metaalverlies en pitting.

Het uitgangspunt blijft: de reparatiemethode volgt uit de toestand van het onderdeel, niet andersom.

Niet iedere corrosieput hoeft structureel te worden versterkt

Wanneer inspectie uitwijst dat voldoende gezonde wanddikte aanwezig blijft en de constructieve integriteit niet in gevaar is, kan lokaal herstel een geschikte oplossing zijn.

Daarbij wordt het verloren profiel van het metaal opnieuw opgebouwd. Hiervoor kunnen koud uithardende epoxycomposieten worden gebruikt. Een veelgebruikte oplossing is bijvoorbeeld Belzona 1111, waarmee pitting op een goed voorbereid metalen oppervlak kan worden opgevuld. Het materiaal wordt koud aangebracht, waardoor voor het herstel zelf geen laswerk nodig is.

Na het herstellen van het profiel kan een passende beschermende coating of lining worden aangebracht wanneer het oppervlak opnieuw tegen corrosie, erosie of het aanwezige procesmedium moet worden beschermd.

Maar hierbij is een belangrijk onderscheid nodig.

Het opnieuw opbouwen van het oppervlak is niet automatisch hetzelfde als het constructief versterken van een ernstig verzwakte tank- of leidingwand.

Wanneer significant dragend metaal verloren is gegaan, moet worden beoordeeld of aanvullende structurele versterking noodzakelijk is.

Wanneer is alleen het opvullen van de putten niet voldoende?

Stel dat een leiding oorspronkelijk een bepaalde wanddikte had, maar lokaal door diepe pitting sterk is verzwakt. Het vullen van de put zorgt er dan voor dat het oorspronkelijke oppervlakteprofiel kan worden teruggebracht. Daarmee is echter nog niet automatisch aangetoond dat het onderdeel alle oorspronkelijke mechanische belastingen weer veilig kan opnemen.

Bij grotere hoeveelheden wanddikteverlies kan daarom een engineered composite repair worden onderzocht.

Met een systeem zoals Belzona SuperWrap II wordt rondom een leiding of over een beschadigd oppervlak een combinatie van hars en vezelversterking aangebracht. Het reparatiesysteem wordt daarbij ontworpen op basis van onder andere geometrie, defectafmetingen, resterende wanddikte, druk, temperatuur en gewenste gebruiksduur. Op belzona.nl wordt deze aanpak al uitgebreider beschreven bij de vergelijking tussen composite repair en staalvervanging. Composite repairs versus staalvervanging

Belzona SuperWrap II kan worden ontworpen volgens uitgangspunten uit ISO 24817 en ASME PCC-2, internationale documenten die worden gebruikt voor het kwalificeren, ontwerpen en uitvoeren van composietreparaties aan onder andere leidingwerk en drukapparatuur.

Hiermee ontstaat in feite een tweede reparatieniveau:

beperkt materiaalverlies kan lokaal worden hersteld; relevant structureel wanddikteverlies kan aanvullende versterking noodzakelijk maken.

De diepste pit is niet altijd de gevaarlijkste situatie

Bij het beoordelen van putcorrosie moet niet alleen naar één diepe corrosieput worden gekeken.

Wanneer tientallen of honderden pits dicht bij elkaar liggen, kunnen deze elkaar beïnvloeden en uiteindelijk samen een groter gebied met metaalverlies vormen. Een groep relatief kleine putten kan daardoor constructief relevanter zijn dan één geïsoleerde pit.

Ook de locatie telt.

Pitting vlak naast een las, een nozzle, een leidingbocht, een overgang of een andere zone met verhoogde spanningen kan een andere technische beoordeling vragen dan dezelfde schade midden op een relatief laagbelaste tankplaat.

Hetzelfde geldt wanneer corrosie niet het enige defect is. Wanneer naast pitting bijvoorbeeld scheurvorming, vervorming, lasdefecten of vermoeiingsschade wordt gevonden, kan een andere reparatiestrategie nodig zijn.

Daarom is het riskant om algemene grenzen te hanteren zoals: tot een bepaalde putdiepte repareren en daarboven vervangen. Voor industriële leidingen en tanks bestaat geen universeel aantal millimeters waarmee die beslissing verantwoord kan worden genomen.

Putcorrosie aangetroffen? Bespreek de mogelijkheden

Oppervlaktevoorbereiding kan meer schade blootleggen dan verwacht

Een ander praktisch aandachtspunt ontstaat tijdens de voorbereiding van de reparatie.

Corrosieproducten, aanslag en oude coatings kunnen de werkelijke vorm van de pitting gedeeltelijk verbergen. Pas nadat het oppervlak grondig is gereinigd en bijvoorbeeld door gritstralen is voorbereid, wordt duidelijk hoeveel gezond metaal werkelijk overblijft.

Een schadebeeld dat tijdens de eerste inspectie nog als lokale pitting werd beschouwd, kan na oppervlaktevoorbereiding dus aanzienlijk groter blijken.

In extreme situaties kan tijdens deze werkzaamheden zelfs blijken dat een put vrijwel door de volledige resterende wand is doorgedrongen.

Het is daarom verstandig om een herbeoordeling na oppervlaktevoorbereiding onderdeel van de werkmethode te maken. Wanneer de blootgelegde schade afwijkt van de oorspronkelijke inspectiegegevens, moet ook de geplande reparatie opnieuw worden beoordeeld.

De conclusie hoeft dus niet vóór aanvang van de werkzaamheden definitief vast te liggen.

Welke Belzona-oplossing past bij de schade?

Belzona 1111 of Belzona 1151 worden vaak genoemd bij putcorrosie, maar er bestaat geen universeel Belzona-systeem dat voor iedere vorm van pitting geschikt is. De keuze hangt samen met zowel het schadebeeld als de omstandigheden waaronder het materiaal moet worden aangebracht en vervolgens moet functioneren.

Bij normale omstandigheden kan bijvoorbeeld een metaalreparatiemateriaal worden gebruikt om lokale pits opnieuw op profiel te brengen. Bij gelijktijdige erosie kunnen keramisch gevulde materialen interessanter zijn. Voor toepassingen bij verhoogde temperatuur bestaan andere systemen en wanneer het oppervlak tijdens een onderhoudssituatie moeilijk volledig droog of ideaal voor te bereiden is, kunnen surface-tolerant materialen worden onderzocht.

Bij significant constructief wanddikteverlies verschuift de vraag van “welke metaalpasta gebruiken we?” naar “is structurele versterking nodig?”. Dan kan bijvoorbeeld Belzona SuperWrap II worden onderzocht. De Nederlandse Belzona-site beschrijft het systeem specifiek voor het herstellen en versterken van door corrosie aangetaste pijpleidingen.

De productkeuze volgt daarmee uit de engineering:

eerst schade vaststellen, vervolgens het benodigde reparatieniveau bepalen en pas daarna het materiaal selecteren.

Putcorrosie in een tank vraagt een andere afweging dan pitting in een leiding

Hoewel hetzelfde corrosiemechanisme kan optreden, worden tanks en leidingen niet altijd op dezelfde manier belast.

Een procesleiding kan onder aanzienlijke interne druk staan en daarnaast worden blootgesteld aan temperatuurwisselingen, trillingen en leidingbelastingen. Lokaal wanddikteverlies kan daardoor relatief snel relevant worden voor de constructieve betrouwbaarheid.

Bij tanks spelen weer andere aspecten. Denk aan de vloeistofkolom, locatie van het defect in bodem of wand, tankgeometrie, aanwezigheid van lassen en de aard van de opgeslagen vloeistof.

Ook de bereikbaarheid verschilt. Interne corrosie van een tank kan tijdens een geplande inspectiestop volledig toegankelijk zijn. Een aangetaste leiding kan zich daarentegen op hoogte, tussen andere installaties of in een gebied bevinden waar staalvervanging omvangrijk demontage-, hijs- en laswerk vraagt.

Daarom moet de vergelijking tussen repareren en vervangen altijd naar het volledige onderhoudsscenario kijken.

Wanneer is vervangen van de leiding of tankwand verstandiger?

Belzona-reparaties kunnen in veel situaties staalvervanging voorkomen of uitstellen, maar repareren is niet automatisch de beste keuze.

Wanneer schade niet betrouwbaar kan worden geïnspecteerd, het metaal ernstig is vervormd, relevante scheurvorming aanwezig is of de bedrijfscondities buiten het toepassingsgebied van een reparatiesysteem vallen, kan vervangen de technisch betere oplossing zijn.

Ook praktische en economische omstandigheden tellen mee.

Wanneer een klein leidingdeel tijdens een reeds geplande turnaround eenvoudig bereikbaar is, de installatie toch buiten bedrijf staat en het onderdeel zonder grote nevenwerkzaamheden kan worden vernieuwd, kan vervanging logischer zijn dan het ontwerpen van een complexe reparatie.

Andersom kan dezelfde hoeveelheid pitting op een moeilijk bereikbare hoofdleiding een totaal ander kostenplaatje opleveren. Staalvervanging kan daar naast het nieuwe leidingdeel ook isolatieverwijdering, steigerbouw, hijswerk, heetwerkvergunningen, gasvrij maken, lasinspecties en langere productiestilstand vereisen.

Een eerlijke vergelijking kijkt daarom niet alleen naar de aanschafprijs van de reparatiematerialen, maar naar de totale impact op onderhoud, veiligheid, productie en resterende levensduur. Ook op onze bredere corrosiepagina gaan we in op de verschillende mogelijkheden voor het herstellen en beschermen van industriële installaties. Corrosie in industriële installaties: oorzaken, risico’s en oplossingen

De oorzaak van de putcorrosie moet ook worden aangepakt

Een technisch goede reparatie lost het oorspronkelijke corrosiemechanisme niet vanzelf op.

Wanneer pitting is ontstaan door bijvoorbeeld chloriden, een beschadigde coating, stilstaand medium, chemische belasting of een combinatie van corrosie en erosie, moet worden bekeken hoe herhaling kan worden beperkt.

Na het herstellen van het oppervlak kan daarom aanvullende corrosiebescherming nodig zijn. Bij interne tank- of leidingoppervlakken kan dat bijvoorbeeld een coating- of liningsysteem zijn dat wordt geselecteerd op het medium, de temperatuur en de mechanische belasting.

Zonder die stap bestaat het risico dat naast de gerepareerde zone opnieuw putcorrosie ontstaat.

Een reparatieplan moet daarom eigenlijk twee vragen beantwoorden: hoe herstellen we de bestaande schade en hoe verkleinen we de kans dat dezelfde schade opnieuw ontstaat?

Repareren, versterken of vervangen? Gebruik deze controlepunten

Voor een eerste technische afweging kunnen de volgende vragen worden gebruikt:

  1. Wat is de minimaal resterende wanddikte en hoe betrouwbaar is deze gemeten?
  2. Gaat het om enkele geïsoleerde pits of om geclusterde en uitgebreide putcorrosie?
  3. Waar bevindt de schade zich ten opzichte van lassen, nozzles, bochten en zwaar belaste zones?
  4. Welke druk, temperatuur, chemische belasting en mechanische belasting moet het onderdeel weerstaan?
  5. Is alleen het oppervlakteprofiel aangetast of is relevante constructieve wanddikte verloren gegaan?
  6. Kan het oppervlak voldoende worden gereinigd en voorbereid voor een betrouwbare reparatie?
  7. Is na oppervlaktevoorbereiding aanvullende inspectie nodig?
  8. Moet alleen lokaal materiaal worden opgebouwd of is een berekende structurele versterking nodig?
  9. Wat is de gewenste resterende gebruiksduur van het onderdeel?
  10. Wat zijn de totale gevolgen van repareren ten opzichte van vervangen, inclusief stilstand, heet werk, demontage en inspectie?

Pas wanneer deze informatie beschikbaar is, kan een onderbouwde keuze worden gemaakt.

Conclusie: putcorrosie betekent niet automatisch vervangen

Putcorrosie in een leiding of tank betekent niet dat het volledige onderdeel direct moet worden vervangen. Bij beperkte lokale aantasting kan het verloren profiel vaak worden hersteld en vervolgens opnieuw worden beschermd. Wanneer grotere hoeveelheden constructief materiaal verloren zijn gegaan, kan een ontworpen composietreparatie een mogelijkheid zijn om de verzwakte zone structureel te versterken.

Maar ook vervangen blijft een volwaardige optie. Bij zeer ernstige schade, onvoldoende inspectiemogelijkheden, ongeschikte bedrijfscondities of een eenvoudig uitvoerbare staalvervanging kan dat technisch én economisch de betere beslissing zijn.

De juiste volgorde is daarom altijd:

inspecteren → schade beoordelen → reparatieniveau bepalen → oplossing ontwerpen → repareren en beschermen.

Heeft u putcorrosie aangetroffen aan een leiding, tank of ander metalen onderdeel? Perspect kan op basis van foto’s, inspectiegegevens, wanddiktemetingen en bedrijfscondities meedenken over de technische mogelijkheden voor herstel. Zo kan eerst worden bepaald of lokaal repareren voldoende is, structurele versterking moet worden onderzocht of vervanging uiteindelijk de verstandigste optie blijft.

Product selection guide
Free download

Belzona Product Selection Guide!

Subscribe

* indicates required

Door op ‘Aanmelden’ te klikken, ga je akkoord met het ontvangen van de Belzona Product Selection Guide en marketingmails van Perspect. Afmelden kan op ieder moment.